Eerste trimester behandeling

Een eerste trimester behandeling is een zuigcurettage tot 13 weken zwangerschap. Voor deze behandeling kunt u kiezen voor sedatie of plaatselijke verdoving.

Zo werkt de zuigcurettage:

Priming
Om de baarmoeder voor te bereiden op de behandeling, krijgt u van tevoren twee tabletten misoprostol (cytotec) van de verpleegkundige.  Dit medicijn moet minstens 1 uur inwerken en kan soms een lichte buikkramp veroorzaken.

In de behandelkamer ligt u in een gynaecologische stoel. Heeft u gekozen voor een roesje, dan krijgt u een kortwerkend slaapmiddel via een infuus in uw arm. U valt dan binnen 30 seconden in slaap en slaapt zolang de behandeling duurt.

Een plaatselijke verdoving is ook mogelijk. De arts dient deze vlak voor de behandeling toe door middel van kleine prikjes in de baarmoedermond. Deze prikjes zijn meestal niet pijnlijk. Omdat de baarmoeder op deze manier niet helemaal verdoofd kan worden, kunt u tijdens de behandeling wel krampen voelen.

De behandeling wordt uitgevoerd door een abortusarts die wordt geassisteerd door twee verpleegkundigen. Met een speculum (eendenbek) wordt de baarmoedermond eerst zichtbaar gemaakt. Met een zuigbuisje (van 5 à 6 mm) wordt de baarmoeder vervolgens leeggezogen.

U kunt tot enkele dagen na de behandeling last hebben van buikkrampen en er kan wat bloedverlies optreden, vergelijkbaar met een normale menstruatie.

Na de behandeling blijft u nog even in de rustruimte. Om een eventuele infectie te voorkomen, krijgt u in de kliniek antibiotica.

Nacontrole
De zwangerschapsverschijnselen nemen na ongeveer een week sterk af. Het is verstandig om vier weken na de behandeling een zwangerschapstest en nacontrole te laten doen. Indien de klachten niet afnemen, de zwangerschapstest (nog) positief is of als u nog vragen heeft, neemt u dan contact op met Abortuskliniek Amsterdam.
Bij de afspraak voor het controleonderzoek in de kliniek controleren wij of u lichamelijk goed hersteld bent, of u (nog) klachten heeft en hoe het op emotioneel vlak met u gaat. Ook bespreken wij hoe u de behandeling heeft ervaren en spreken we over verwerkingsproblematiek. Daarnaast wordt aandacht besteed aan anticonceptie. U kunt voor een nacontrole ook naar uw huisarts gaan, in sommige gevallen kan de nacontrole ook telefonisch plaatsvinden.